Dinsdag 211005

Het is even stil geweest: geen heftige fysieke verschijnselen, wel het gewaarworden van constant aanwezige ontstekingen aan lip en neus(bij)holte; niet genoeg om me chagrijnig te maken, net genoeg om het gevoel te geven van een gast die maar blijft plakken en de subtiele signalen niet oppikt dat het nou wel mooi geweest is.

De plek op m’n lip speelt met m’n gemoed als ‘n doorvoede huiskat met een veldmuisje dat qua voedingswaarde niets voorstelt, maar toch meer opwinding geeft dan goedbedoelde gestileerde kopieën van synthetisch textiel. Teksten die mijn welbevinden zeggen te bevorderen, raden mij aan een glimlach-in-wording te plaatsen op mijn gelaat, dat zal een gevoel van welbehagen bevorderen. Dat klopt: driekwart seconde lang ervaar ik dat, totdat de o-zo-dunne huid die gevormd is in het laatste uur of twee, scheurt en opnieuw vocht – al dan niet met verdund bloed – op die plek pronkt, met als cadeau’tje een ouderwets gevoel van Dettol op een schaafwond. Pijn is betrekkelijk – en dank! – in mijn geval niet blijvend.

Morgen (woensdag) en donderdag weer aan het infuus voor ronde 3 Bendamustine, en – als de witte bloedcellen zich gehouden hebben aan hun trend om zich terug te trekken uit het slagveld – de start van de serie Rituximab. Dat zal de bloedanalyse in de vroege ochtend uitwijzen.

Donderdag 211007 | Thursday

Wat kan nieuws vluchtig zijn: eergisteren ging ik nog met open vizier de derde ronde van m’n chemotherapie tegemoet. Gedachten aan het magische getal 3 (de derde dag bij buitensport is traditioneel de beenbreuk- en ongeluksdag) heb ik gauw verschoven naar de achtergrond.
Tijdens het consult met de hematoloog-oncoloog na de bloedtest voorafgaand aan opname, was er alleen maar vreugde over de mooie cijfers – alle waarden gingen de gewenste kant uit, de een wat sneller, de andere langzamer. Na de chemo en een zakje bloed, sloeg het grote ongemak toe: koude rillingen, hoge koorts, jeukende, schilferende huid, algeheel gevoel van malaise, en zo de nacht in en door, niks gegeten, drinken smaakte niet, opgeblazen buik. Bezorgde artsen en verplegenden, metingen om de anderhalf, twee uur. Intense vermoeidheid.

In de loop van de namiddag werd het rustiger in m’n lijf: nu alleen wat kortademig en opgeblazen buik. urineproductie kwam geleidelijk op gang – iedere druppel moest ik opvangen en meten. Bij de laatste controle, tegen tien uur vanavond, was de bloeddruk weer een stuk hoger – geen twee-uurlijkse controles deze nacht. Verzorgenden en patiënt verwachten een goede nachtrust.

Morgen weer een dag. Never a dull moment was een huisspreuk in mijn jeugd.

The sun setting through a dense forest of trees.
Wind turbines standing on a grassy plain, against a blue sky.

After my positive attitude on Tuesday towards entering round 3 of my chemo treatment, yesterday noon was a huge disillusionment. Just about everything that could take away the joy of life, dumped itself on me: shortly after the chemo and a bag of blood to give me a boost, the cold tremors came, accompanied by high fever, bloated belly, shortness of breath and troublingly low blood pressure. Test upon test all through today and a host of doctors, nurses and residents visiting my bed led to a lot of concern and speculation: kidney insufficiency, moisture in the lungs, pneumonia, bacterial infection. More blood-work, frequent monitoring and measuring every drop of pee to make sure my kidneys aren’t failing.

In the course of the afternoon symptoms became bearable, I could enjoy my meals. At the last measurement around 10 pm blood pressure had risen. Staff and patient expect a good night’s rest.

Let’s see what the morrow bringeth … never a dull moment, was a frequently heard saying in my childhood years.

Leave a Comment